2008 2009  

2007 2006 2005
2004 2003 2002
2001 2000 1999
1998 1997 1996
   
     
     

 


Een kunstenaar is zo goed als zijn laatste kunstwerk, wordt weleens geroepen.  Een jachtig klinkend cliché, met een kern van onwaarheid. Als kunstenaar bouw je aan een oeuvre.  Voor een kunstenaar als Martijn te Winkel is kunst een continue zoektocht.  Zijn stijl verandert regelmatig. Te Winkel begon als tekenaar. Obsessief tekende hij alles wat hem bezig hield, met een bic ballpointpen. Pen na pen tekende hij leeg, op vellen die blauw en gebobbeld zagen van de inkt. In zijn atelier staan de kunstwerken uitgestald, op de grond, aan de muur.  Een pornodame kijkt ons aan vanaf het doek. Ze is in fragmenten uiteengevallen, alsof ze door een kubistische mallemolen is gehaald.  

Niet dat Te Winkel de nieuwe media schuwt: hij maakte intussen C-prints, collageachtige vormen waarin hij zelf een rol speelt; als vrouw, als playboybunny.  Te Winkels vrouwelijke alter ego is een sex kitten met playboybunny oortjes. Geen gesoigneerde dame, met chique hoed en bontmantel zoals bijvoorbeeld Rrose Selavy, het vrouwelijke alter ego van Marcel Duchamp. Te Winkels vrouwen zijn eerder werkzaam in de porno industrie.  ,,Door mezelf als vrouw af te beelden, roep ik de illusie op  van niet-mezelf zijn op  . ”  Het klinkt cryptisch. De kunstenaar ziet vrouwelijke seksualiteit als een  stereotype pornodroom voor mannen.

Te Winkel tekent en schildert dat waar zijn fascinatie naar uitgaat. Dat kan zijn zoontje van twee zijn, of Kate Moss tegen een jungle achtergrond van Jungle en pronte BH’s  uit de jaren zestig. Veel te groot voor dat frêle popje. Ze ziet eruit alsof ze zo uit het doek zijn atelier in stapt. De BH’s zijn overblijfsels uit een eerdere fase van het schilderij. Te Winkel vooral zijn eigen atelierruimte. Hij houdt niet van reizen, hij zou zelf nooit de jungle opzoeken. De atelierruimte geeft hij op zijn doeken en tekeningen vaak summier aan, geïnspireerd door de  ongrijpbare, bijna fictieve ruimtes die Francis Bacon met ijle lijnen schetst.  Net zulke  ‘non-ruimtes’ zet Te Winkel  neer, om er soms zelf in rond te dartelen. Het is een spel met lagen, vol verwijzingen naar kunstenaars die Te Winkel bewondert.  Het zijn kunstenaars van de pop art. In het raam staat een museumcatalogus van een tentoonstelling van surrealisten. Nederlandse schilders boeien Te Winkel ook. Te Winkel: ,,Vermeer had een klein oeuvre, maar elk schilderij dat hij maakte, schilderde hij in een andere stijl.” Daarin herkent de kunstenaar waarschijnlijk iets van zichzelf.

Er zit een driedeling in Te Winkels werk: ,, Er zijn drie lagen, drie ruimtes waarin mijn werk, of kunst eigenlijk, zich afspeelt. Er is de kleiner dan fysieke ruimte. Dat is de ruimte op het doek, in het doek. De fysieke ruimte is de ruimte waarin het werk hangt, waar de toeschouwer zich bevindt. En dan is er uiteindelijk de fantasie, de ruimte in je hoofd, waar de verbeelding zich afspeelt.” Binnen die driedeling past niet alleen Te Winkels eigen kunst, maar wat hem betreft alle goede kunst.

De kunstenaar leest boeken over kunstenaars, spreekt met velen over kunst en theoretiseert. Maar als hij schildert of tekent, gaat dat op gevoel,  met ruimte voor toeval. Dat laat bijvoorbeeld het drieluik Sonic Youth zien, waaraan de kunstenaar nu werkt. Het zijn drie doeken, kleurig,  met een pointillistisch geschilderde vrouw, telkens dezelfde in lagen die elkaar overlappen. Ze zijn vrij ontleend aan de fotografie van Eadward Muybridge, die de beweging van een badende vrouw vastlegde, in een semiwetenschappelijke poging de beweging te doorgronden. Te Winkel stippelde haar in tenminste zeven lagen over elkaar heen, alsof hij de losgekoppelde beweging weer wil samenbrengen in een beeld.

,,Het is mijn beste werk tot nu toe”, vindt Te Winkel. Hierin komt voor de kunstenaar alles samen: de ruimte kleiner dan de fysieke ruimte waarin de baadster zich bevindt, in zeven lagen, in zeven houdingen door elkaar. Dan de ruimte waarin het doek hangt, in Te Winkels atelier, en de ruimte van de fantasie. Die zit in zijn hoofd en dat van de toeschouwer. Te Winkel: ,, Ze giet koud water over haar hoofd, die schrikreactie zit er nog in, die is oorspronkelijk.”

Tijdens donkeren nachten werkt hij  aan het drieluik: ,,Ik projecteer de beelden op het doek, en vanwege de felle kleuren, zijn de projecties pas goed ’s nachts te zien. Dan luister ik naar de band Sonic Youth, de cd Dirty heb ik laatst tweedehands gekocht. Hun songs begeleiden mij door de nacht, en tijdens  het schilderen”. Het klinkt romantisch, de nachtelijk werkende kunstenaar, in het koude atelier met de hoge ramen. ,,Ja, helemaal Caspar David Friedrich!” Maar misschien is een goede vriend en kunstenaar die onlangs overleed, een nog veel betere inspiratiebron. Te Winkel: ,, Hij zei tegen me: je moet zorgen dat je het experimenteren onder controle krijgt, dat heb ik te weinig gedaan.”  Die woorden indachtig , experimenteert Te Winkel nu  juist minder met stijl, medium en drager.  Maar tegelijkertijd  drijft  Te Winkels oneindige fascinatie voor de kunst en de wereld om zich heen, hem jachtig voort.  Tot elke gebeurtenis, elke ontmoeting, elke fascinatie een plek heeft gekregen in een van zijn kunstwerken.

 

 

home statements biography info  
Martijn te Winkel

 

Machteld Ley